Mama, waarom leven wij?

Toen ik acht was kreeg ik van mijn moeder een boek. ‘Mama, waarom leven wij?’ Er stond een heleboel uitleg in over de bloemetjes en de bijtjes en andere dingen waar je als moeder niet kan over babbelen zonder het schaamrood op de wangen. Vandaag ging ik er op zolder naar op zoek. Het was onvindbaar. “Ironisch”, mompelde ik. Het boek is even zoek als het antwoord op de titel.

Ik hoopte nochtans erg hard het te vinden. Ik wou het antwoord lezen waarmee de auteur kwam opdraven om kinderen uit te leggen waarom we leven. Ik ben 21 en ik weet het nog steeds niet. Zeker niet op dagen als deze. Vorig jaar studeerde ik af als journalist. Ik leerde elke dag bij over het métier, over de rechten en plichten die we hebben als journalist maar ook over politieke geschiedenis en niet in het minste over het Midden-Oosten, de stijgende polarisatie tussen de islam en andere geloofsovertuigingen. Ik had het geluk een prof te hebben die gebeten en bezeten was door belangrijke conflicten in de geschiedenis en de ontwikkelingen in het hier en nu. Haar vuur wakkerde een vlam aan die diep in mij al even flakkerde.

Ik verdiepte me in verschillende aspecten van de wereldproblematiek. Ik las over de (verloren) hoop op een tropische islam in landen als Indonesië, over de hoge werkloosheid bij jongeren in Noord-Afrikaanse landen en hoe die de radicalisering in de hand werkte. Over wat Robert Fisk De Grote Beschavingsoorlog noemt. Over het onrecht in Syrië en over de ‘kleine’ mannen die elk op hun manier het vacuüm opvullen dat belangrijke wereldleiders moedwillig leeg hielden. Over dat en zo veel meer. Ook nu nog probeer ik het nieuws te volgen, maar soms sluit ik me er bewust van af. Ik leef altijd heel intens mee met mensen die lijden, al is het aan de andere kant van de wereld. Ik herinner me een periode in het middelbaar waarin ik weigerde naar Het Journaal te kijken ’s avonds. Ik huilde mezelf vaak in slaap erna. Dus besliste ik dat de beste oplossing was om het te negeren.

Wat natuurlijk niet zo is. Met oogkleppen op kan je de wereld niet verbeteren. Niet dat je het zonder wel kan, maar dan is je visie op zijn minst niet meer troebel. Hoef je je niet te schamen om je blindheid. Op dagen als deze slaat het nieuws je zó hard in het gezicht dat geen enkele vorm van blindheid het lijden minder zwaar maakt. Er is twaalf mensen een recht ontnomen. Het recht om te leven. Het recht om te zijn. Het recht om lief te hebben, om een passie uit te oefenen, om te reizen en om een slaapwelkus te geven aan hun geliefden. Het recht om vrijuit te tekenen. Te spreken. Te confronteren.  Aan te kaarten wat er leeft in de maatschappij. Op grond waarvan? Op grond van een geloofsovertuiging. Op grond van een uiterst ontvlambare materie.

Ikzelf ben een overtuigde atheïst al voor zover ik me kan herinneren. Ik noem religie en geloof al voor zover ik me kan herinneren de gevaarlijkste wapens die er zijn. Dat is vandaag niet anders. Het lijkt alsof de mens tot alles in staat is om een zichzelf voorgehouden taak te volbrengen. Koelbloedig moorden valt steeds vaker onder de categorie ‘alles’. Ik kan het niet begrijpen. Nu niet, nooit niet. Wat een ongelooflijke monsters diep in ons schuilen. Hoe gemakkelijk die de overhand lijken te nemen als ze het gevoel hebben dat hen een onvergeeflijk onrecht wordt aangedaan. Hoe groot de haat in de moordenaars hun harten moet zijn. Het maakt me geen zak uit of die moordenaars blank, bruin of geel zijn. Het kan me niet schelen of ze aanhanger zijn van het christendom, de islam of Het Vliegende Spaghettimonster. Want -vergeef me mijn naïviteit- uit het weinige wat ik me wél nog herinner uit de lessen Godsdienst en Zedenleer, is de kernboodschap van zowat elke geloofsovertuiging dezelfde. ‘Heb uw naasten lief.’ De woorden die ik ingestampt kreeg waren woorden van verdraagzaamheid en bovenal empathie. Heb ik het dan zo verkeerd begrepen? Blijkbaar wel.

Toen ik gisteren maar moeilijk met de spreuk ‘L’amour est plus fort que la haine’ overweg kon, vertelde een goede vriend me dat liefde enkel kan voortvloeien uit hoop. Ik vroeg hem om het mij vandaag opnieuw te zeggen, in de hoop dat ik het plots wel zou geloven. Maar dat is niet zo. Ik blijf worstelen met zo veel vragen. Hoe lang moet het nog duren? Wat moet er nog gebeuren? Wie moet nog een verloren dood sterven voor we allemaal zo’n ongelooflijke afkeer krijgen van zinloos geweld dat we gezamenlijk kiezen voor liefde in plaats van voor haat? Voor we in de eerste plaats kiezen voor elkaar als mens. Dat we naast en voor elkaar beginnen leven, ongeacht tot welke God die mens zijn gebeden richt. Hoe lang nog? Tot die tijd ben ik radeloos. Tot die tijd ben ik bang. Tot die tijd wacht ik af. Tot die tijd ben ik Charlie.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s